Flora van Belgiƫ, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden ( Pteridofyten en Spermatofyten )
€ 55,00
Plantentuin Meise geeft al 200 jaar de officiële flora van België en de aangrenzende gebieden uit. Bij elke nieuwe editie wordt uitermate veel zorg besteed aan de veranderingen die zijn opgetreden op gebied van verspreiding, naamgeving en classificatie maar ook op vlak van nieuwe plantensoorten die zich recent gevestigd hebben. Zo blijft dit naslagwerk het meest accurate en meest complete voor ons grondgebied. Deze editie kreeg ook een compleet nieuwe look, honderden nieuwe illustraties en gebruiksvriendelijke determinatiesleutels die je helpen soorten op naam te brengen.
DeĀ FloraĀ van BelgiĆ«, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden, zoals ādé Floraā officieel heet, werd voor het eerst in het Nederlands gepubliceerd in 1983. Het werd het standaardwerk over de plantengroei van BelgiĆ« en de omliggende regioās. In de loop der jaren hebben zoān 50.000 exemplaren duizenden studenten, plantkundigen, agronomen, bosbouwers, zowel professionals als amateurs, in staat gesteld om de plantendiversiteit van BelgiĆ« en omstreken op naam te brengen en te bestuderen.
In vergelijking met de laatste Nederlandstalige editie, die dateert van 1998, zijn er honderden nieuwe soorten toegevoegd aan de determinatiesleutels. Vaak, maar niet uitsluitend, recent ingeburgerde soorten. Het is een weerspiegeling van hoe de plantengroei verandert, mede als gevolg van de klimaatverandering. Daarnaast zijn er honderden herzieningen aangebracht, die met name recente inzichten in de taxonomie op soort-, genus-, familie- en ordeniveau weerspiegelen. Wereldwijd DNA-onderzoek heeft de voorbije decennia het onderzoek naar de evolutie van plantensoorten in een stroomversnelling gebracht. Deze editie volgt die meest recente kennis. De taxonomisch moeilijke groepenĀ SalixĀ (wilg),Ā RosaĀ (roos),Ā RubusĀ (braam) enĀ TaraxacumĀ (paardenbloem) werden volledig herwerkt door specialisten. De verspreidingsgegevens werden herzien op basis van geactualiseerde data.
DeĀ floraĀ behandelt nu 2.781 taxa en is het meest complete en wetenschappelijk best onderbouwde florawerk dat beschikbaar is voor onze streken.
Beschikbaarheid: Op voorraad








Productverantwoordelijke JNM Winkel –
Het rode boekje: veel Vlaamse floristen hebben er een haat-liefdeverhouding mee. We vinden ām allemaal wat ingewikkeld en vaag en weten dat het boek veel gebreken heeft. Anderzijds blijft dit gewoon dĆ© standaardflora van ons land, die een schat aan informatie over onze wilde planten bevat in ƩƩn volume. We hebben simpelweg geen andere wetenschappelijke handflora over BelgiĆ« en zeker ten zuiden van Samber en Maas is hij onmisbaar.
Dat het rode boekje populair blijft, was ook in de JNM Winkel weer duidelijk bij het uitkomen van deze nieuwe editie. Toen die na jaren wachten en verschillende keren te zijn uitgesteld eindelijk in de rekken kwam te liggen, was de eerste lading binnen een mum van tijd uitverkocht. De nood aan een up to date Belgische handflora was duidelijk groot. De vorige Nederlandstalige editie dateerde al van 2004, en sindsdien is er veel veranderd in onze wilde flora, en ook de verwachtingen die we van een handflora hebben zijn, o.a. door het uitkomen van een nieuwe Heukelsā in 2020, veranderd.
De nieuwe editie is visueel alvast een heel nieuwe ervaring. De lay-out is een pak aangenamer en werkt met mooie, paarse kleuren. Er zijn meer tekeningen. Het papier is veel kwalitatiever dan het droge, dunne papier van de vorige editie, waar je de hele tijd ezelsoren in maakte. De verspreidingen van de soorten hebben een broodnodige update gekregen. Het boek is wel groter van volume, wat dan weer geen voordeel is.
Mooi boek dus, maar verder heeft het wel nog steeds de typische mankementen die al lang aan āhet rode boekjeā eigen waren. Het sleutelen in het veld is toch wat omslachtiger en moeilijker dan met de Heukelsā. En er zijn toch weer heel wat vaagheden in het boek geslopen. Ergens zijn die twee gebreken begrijpelijk: de wilde flora van BelgiĆ« is een pak groter en minder goed bekend dan die van Nederland, dus een even simpele en handige flora hebben als die van onze noorderburen, dat wordt moeilijk. Een volledig transparante, correcte en complete Belgische flora maken is een aartsmoeilijke taak.
Maar sommige onduidelijkheden hadden wel echt vermeden kunnen worden. Als je bv. het boek openslaat, is het eerste wat je ziet een kaart met de verschillende floradistricten van ons floragebied ā wel een goed idee trouwens om die op de binnenflap te zetten en niet meer op een uitklapbare pagina zoals vroeger ā en zelfs de grenzen van dei floradistricten zijn me o.b.v. deze kaart allesbehalve duidelijk. Kijk bv. maar eens naar de regio die mij misschien wel het meeste interesseert, de Euregio: waar welk district stopt en eindigt is moeilijk te zeggen.
Ook zou je van een boek waar we zo lang op hebben moeten wachten, toch mogen verwachten dat het helemaal mee is met de recentste taxonomieƫn, dat een aantal bekende fouten er niet zouden instaan, en dat taxa als Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemophyllus, onze obscure boterbloem van op de Tiendeberg, dit boek wel gehaald zouden hebben. Helaas is dat niet het geval.
Navigeren in dit boek verloopt ook niet bepaald soepel. Er zijn vier indexen, en ik vraag me toch af of de Franstalige en Duitstalige index echt iets toevoegen: het maakt het boek gewoon nog dikker en nog moeilijker om een soort of geslacht in op te zoeken. Dat er niet, zoals in de Heukelsā, achteraan een beknopt genusregister is opgenomen om snel naar de juiste sleutel te gaan, vind ik onbegrijpelijk.
Kortom, dit boek is even onmisbaar als omstreden. Iedereen die serieus bezig is met de Belgische flora, moet dit boek gewoon hebben. Maar je moet de beperkingen en moeilijk te definiĆ«ren vaagheden ervan in het achterhoofd houden. In het noorden van het land kom je trouwens ook prima weg met de Heukelsā, die in het veld gemakkelijker te gebruiken is. In het zuiden van het land ga je daarmee echter niet alle planten kunnen determineren.
Het lijkt erop dat de Belgische florist dus een beetje de spreidstand zal moeten aanhouden tussen de Belgische en Nederlandse standaardfloraās, wat op zich allerminst een probleem hoeft te zijn. Determinaties vergelijken tussen meerdere boeken maakt ze alleen maar betrouwbaarder, en ej leert er ook gewoon super veel van bij. Dus ga je op plantenexcursie met mede-JNMāers, dan blijft het gewoon het handigste als ƩƩn iemand het rode boekje meeneemt en ƩƩn iemand de Heukelsā. Er is niet ƩƩn die altijd de betere is of ƩƩn die altijd te vermijden is. En als er dan nog andere mensen de Flora Gallica, de Veldgids Nederlandse flora en/of The Vegetative Key to the British Flora in de excursietas heeft steken, is de pret helemaal compleet.